


|
Werkstuk Christendom |
|
De eerste Romeinse keizer die zich tot het christendom bekeerde was keizer Constantijn de grote. het Romeinse rijk was toen nog in vieren gesplitst.
Keizer Constantijn wilde de macht over het hele rijk en trok met zijn leger richting het rijk van Maxentius. Onderweg naar het andere deel zagen ze iets wonderbaarlijks. Er viel iets uit de lucht. Met het leger trokken ook christenen en een priester mee. De priester rende naar Constantijn en overtuigde hem dat het een teken van God was. Ze stelden de aanval uit tot de volgende dag. Terug in het kamp tekende de priester een teken op de grond (zie afb. 1) en zei: “Met dit teken zul je overwinnen.” Hij liet het teken op alle schilden schilderen. De volgende dag trokken ze opnieuw ten strijde en ze wonnen. Toen moest het Oost-Romeinse rijk nog worden verslagen. De twee keizers van het Oost-Romeinse rijk waren rivalen en Constantijn koos de zijde van keizer Licinius. Na 4 maanden vechten versloegen ze keizer Daia en werd Constantijn keizer over het hele Romeinse rijk, samen met keizer Licinius. Maar Constantijn wou meer macht en kreeg Licinius zover dat hij alleenheerser zou worden.
In 313 voerde hij het edict van Milaan in. Dit betekende dat christenen voortaan de zelfde rechten zouden hebben als Romeinen. Later werd het zelfs verboden om de Romeinse goden te eren. |
|
De eerste christelijke keizer |
|
(afb. 1) Het teken dat Costantijn op de schilden van zijn mannen liet schilderen |